Beleidsplan kinderopvang de Ark

De 4-uitgangspunten van de wet kinderopvang

In ons beleidsplan zijn de belangrijkste aspecten van de vier competenties uit de Wet Kinderopvang opgenomen. In deze wet  geeft de overheid aan wat zij o.a. verstaat onder kwaliteit in de kinderopvang. Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet Kinderopvang en de bijbehorende toelichting is gekozen voor de 4 opvoedingsdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven. Zij stelt dat, wat haar betreft, het opvoedingsdoel ‘ervaren van emotionele veiligheid’ basaal is. Een kind dat zich niet veilig voelt in een bepaalde omgeving is niet in staat om indrukken en ervaringen op te nemen. Zij formuleert in haar theorie de onderstaande 4 opvoedingsdoelen voor alle kinderen in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar. Deze doelstellingen sluiten goed aan bij de visie van kindercentrum de Ark.

In het beleidsplan komen de volgende punten naar voren;

  1. Het aanbieden van –emotionele- veiligheid aan kinderen.
  2. Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van de persoonlijke competentie.
  3. Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie.
  4. Het bieden van de kans om waarden en normen eigen te maken.

Download het volledige beleidsplan 2018 als PDF

Download klachtenbeleid als PDF

Download GGD Inspectierapport 2018 KDV als PDF

Download GGD inspectierapport 2017 BSO als PDF

Jongen kinderopvang KDV de Ark Oss Ruwaard

1. Emotionele veiligheid

Het aanbieden van emotionele veiligheid aan kinderen

Het bieden van een gevoel van veiligheid en vertrouwen is de meest basale pedagogische doelstelling voor alle vormen van kinderopvang. Het kind moet de gelegenheid krijgen een gevoel van veiligheid, vertrouwen en eigenwaarde op ter bouwen met de pedagogische medewerksters. Het beschikbaar zijn van iemand in de eerste levensjaren die positief en gevoelig reageert, is bevorderlijk voor de veerkracht van kinderen, ook op langere termijn.

In de vertrouwde stamgroep kan het kind gevoelens van verbondenheid en sociale verantwoordelijkheid ontwikkelen. Kindercentrum de Ark wil geborgenheid scheppen door zorg te dragen voor stabiliteit en continuïteit in de samenstelling van de stamgroepen d.w.z. opvang met dezelfde kinderen op dezelfde dagen en met vaste pedagogische medewerksters, die het kind goed kent.

Bovendien levert de inrichting van onze ruimte een bijdrage aan het gevoel van geborgenheid m.n. de aandacht voor zowel de indeling als de inrichting van de speelruimte. Elk kind heeft basisbehoeften als voeding, slaap, aandacht, genegenheid en geborgenheid. We houden rekening met de individuele behoefte aan slaap en eten. Als het kind gebracht wordt vragen we bv. aan de ouder hoe laat het kindje wakker is geworden en de fles heeft gekregen, i.v.m. het geven van de volgende fles/hapje.  We houden een vast dagritme aan (zie dagindeling) dat voorspelbaar en duidelijk is, zodat het kind zich thuis gaat voelen en zichzelf kan zijn.

Het kind kan vanzelfsprekend terug vallen op de vaste pedagogische medewerkster van de stamgroep die speciale voelsprieten heeft voor signalen van het kind en die kindgericht reageert. Het ene kind heeft meer doorzettingsvermogen met stoere bezigheden en behoefte aan bewegingsruimte dan een ander kind dat misschien meer geholpen wil worden of zelf wil helpen. Natuurlijk moeten de ouders van een kind ook wennen aan de kinderopvang. Ze gaan immers de opvang en verzorging van hun kind delen met iemand anders. Er zijn nieuwe kinderen en nieuwe volwassenen en het gaat allemaal net iets anders dan thuis.

Kindercentrum Ark houdt rekening met deze overgang en heeft wen dagen voor ouders en kind. Tijdens de intake, of later, als alle persoonlijke informatie ter sprake komt, maakt de ouder een afspraak dat het kind tweemaal ( bij voorkeur een ochtend en een korte middag) mag komen wennen, voordat het de gehele dag aanwezig blijft. Voor de kinderen van 0-18 maanden hanteren we het zgn. ‘heen en weer schriftje’ genaamd ‘krabbel’ waarin zowel ouders als pedagogische medewerksters kunnen opschrijven hoe de nacht of dag verlopen is en waarin zij mededelingen kunnen opschrijven.

De houding van de leidsters

De leidster ontwikkelt een veilige band met de kinderen. Zij zorgt ervoor dat de kinderen gezien en gehoord worden. Kinderen voelen dat ze geaccepteerd en gewaardeerd zijn. De leidster neemt de volgende punten in acht om het gevoel van –emotionele- veiligheid te waarborgen. Alle kinderen zijn uniek en krijgen de aandacht die zij nodig hebben om hun zelfvertrouwen te versterken en hun identiteit te bevestigen zodat zij goed in hun vel zitten.

  1. De leidster benadert de kinderen op een positieve manier.
  2. De leidster let op de signalen van kinderen en speelt in op diens behoeften.
  3. De leidster besteedt aandacht aan de verschillende emoties van het kind.

Voor het bieden van -emotionele- veiligheid, streven wij ernaar om vaste leidsters op de groep te hebben. Door middel van foto’s op de deur wordt er naar de ouders en kinderen gecommuniceerd welke leidsters die dag op de groep aanwezig zijn.

2. Persoonlijke competentie

Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van de persoonlijke competentie.

Wij geven kinderen de mogelijkheid om zichzelf zo optimaal mogelijk te ontwikkelen door het actief leren van Kaleidoscoop. Zoals beschreven is het proces van actief leren de spil waar Kaleidoscoop om draait. Door de kinderen zelf te laten kiezen voor een activiteit zullen ze optimaal leren van deze activiteit en op die manier de persoonlijke competenties ontwikkelen. De manier waarop de kinderen benaderd worden, heeft er grote invloed op, of een kind zich veilig genoeg voelt om zich verder te ontwikkelen.

 A. Lichamelijk ontwikkeling

Een baby (0 t/m 1 ½ jaar) maakt verschillende stadia door, namelijk:

  1. Kijkstadium: 0-3 maanden
  2. Grijpstadium: 3-6 maanden
  3. Zitstadium: 6-9 maanden
  4. Kruipstadium: 9-12 maanden
  5. Loopstadium: 12-15 maanden

Het verschilt natuurlijk per kind in welke fase van ontwikkeling hij/zij zich op enig moment zal bevinden in bovenstaande stadia van groei. Zoals u hierboven kunt zien, maakt een kind in korte tijd grote ontwikkelingen door. De motorische vaardigheden zijn onder te verdelen in;

  1. Grove motoriek: het samen bewegen van hoofd, benen of armen. Kinderen kunnen dit uiten in spel en dans, waar ons kindercentrum goed op aansluit. We bieden uitdagende spel en dans activiteiten, waardoor de kinderen hun eigen mogelijkheden leren kennen. Kinderen leren rollen, kruipen, lopen, rennen, springen, klimmen, glijden, dansen etc.
  2. Fijne motoriek: kleine bewegingen tussen handen en ogen. Kinderen gaan dingen zien, voelen en speeltjes in hun mond stoppen. Ze leren grijpen en pakken, tekenen, puzzelen en knutselen en hebben plezier in beweging.

 B. Sociaal-emotionele ontwikkeling

Voor de emotionele ontwikkeling is het belangrijk dat het kind zich veilig en vertrouwt voelt en een gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen ontwikkelt. Daarbij wordt aandacht besteed aan de individuele emotionele ontwikkeling van ieder kind.  De sfeer op het kindercentrum straalt rust, ruimte, regelmaat en vriendelijkheid uit.  We zijn huiselijk ingericht en streven ernaar een aanvullend thuis te zijn.  Naarmate de kinderen ouder worden, wordt er meer aandacht besteed aan het ontwikkelen van het groepsgevoel, de omgang met elkaar en de verantwoordelijkheid van elk kind individueel.

C. Cognitieve ontwikkeling

Voor een baby die brabbelt is al heel wat beheersing van mond, tong en stembanden nodig om bepaalde klanken te kunnen laten horen.  Een baby leert door een reactie te geven op het spreken van anderen zelf geluid te produceren. Ze proberen daarbij al snel te imiteren, zowel in klank als in intonatie. Door middel van herhalingsspellen kan men snel opmerken dat de baby zijn stemgeluid meer onder controle krijgt. Ze leren intonatiepatronen herkennen en imiteren. Een belangrijk cognitief inzicht is begrijpen dat de woorden die gesproken worden iets betekenen  en dat ze verwijzen naar mensen, dingen, gevoelens en gebeurtenissen. Een ouder kind (peuter/kleuter) vraagt hulp en uitleg door middel van taalgebruik. De leidster speelt hierin een actieve rol door veel tegen het kind te praten. Zang, voorlezen en spelletjes met klanken en geluiden werken hierin stimulerend. Kinderen verruimen hun wereld door nieuwe ontdekkingen. Zij willen de wereld om hen heen begrijpen: hun sociale wereld, hun gevoelswereld, de natuur en de dingen zelf. Belangrijke competenties hierbij zijn:

  1. Ontdekkingsdrang.
  2. Zoeken naar verbanden tussen gebeurtenissen, oorzaak en gevolg, logisch denken.
  3. Ordenen, meten, tellen, verzamelen van vertrouwde dingen en materialen.
  4. Geconcentreerd spelen en vasthouden aan een plan, doorzettingsvermogen.
  5. Het begrijpen en benoemen van emoties, zowel van zichzelf als van anderen.

Op het kindercentrum besteden we veel aandacht aan de wereld van het kind. Door met het kind te praten geven we duidelijkheid en orde. Door te benoemen en te herhalen wordt het kind uitgedaagd om na te denken en te verwoorden. We bieden materiaal aan, zoals kleuren en vormen waarmee het kind oefent in het benoemen van zijn gedachten.

D. Creatieve ontwikkeling

Wij bieden de kinderen verschillende soorten knutselmaterialen aan zoals tekenen, verven en beeldende uitingen. Ook activiteiten zoals dans en muziek wordt aangeboden. Verkleed kleren geven de kinderen de mogelijkheid om zich in een rollenspel in te leven in alles wat ze willen zijn. Belangrijk is te laten zien dat het kind gewaardeerd wordt en de ruimte krijgt om zichzelf te zijn en zich te ontplooien.

E. Ontwikkeling identiteit en zelfredzaamheid.

Het kind krijgt gaandeweg het besef dat het een eigen persoon is, met een eigen karakter en eigen kwaliteiten. De leidster speelt hierin een belangrijke rol, door het kind te waarderen en te bevestigen en op een open manier te benaderen. Door het noemen van bijvoorbeeld eigen naam en achternaam krijgt het kind identiteitsbesef. Gaandeweg zullen kinderen steeds meer dingen zelf kunnen en willen doen. De leidsters bieden hier ondersteuning bij en zullen het kind aanmoedigen zelf dingen te doen. Hierbij kunt u denken aan het zelf vasthouden van een tuitbeker, of zelf de jas en schoenen aandoen.

3. Sociale competentie

Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie

De sociale en emotionele ontwikkeling is niet los van elkaar te zien, immers in contact met anderen ontwikkelen emoties zich. Kenmerkend voor de sociale ontwikkeling van een kind is dat het zich in toenemende mate zelfstandig kan bewegen in de omgeving en de samenleving waartoe het behoort. Kinderen komen op ons kinderdagverblijf in contact met andere kinderen en leren zo om te gaan met elkaar. Ze leren zelfstandig te zijn en ze leren de gemeenschapsregels kennen ( manieren en omgangsvormen). De leidsters ondersteunen de kinderen in het contact en omgang met elkaar. Het begrip ‘sociale competentie’ omvat een scala aan sociale kennis en vaardigheden zoals:

  1. Zich in een ander kunnen verplaatsen, b.v. door op de beurt te wachten bij de glijbaan.
  2. Kunnen communiceren,  b.v. kenbaar maken wanneer ’t moet plassen.
  3. Samenwerken en anderen helpen, b.v. de juf helpen met klaarzetten van lijm of fruit.
  4. Conflicten voorkomen en oplossen door er b.v. een grapje over te maken of inzicht te geven door een alternatief te bieden.
  5. Het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid, b.v. een jonger kind iets voordoen.

Zelfredzaamheid en de mogelijkheid tot het uiten van gevoelens en wensen is van groot belang. Kinderen kunnen beter samenspelen naarmate ze beter communiceren. De kinderen leren met elkaar samen te werken, en wanneer ze iets willen hebben geven ze dit aan, bv. door samen een plan te maken, blok op toren van een ander kind te leggen, elkaar te aaien, gevallen puzzelstukje op te rapen etc. De pedagogische medewerksters stimuleren de kinderen om naar elkaar te leren luisteren en moedigen aan om zelf situaties op te lossen. Onder andere door gedrag te oefenen met een rollenspel ‘in het winkeltje’ of met verkleed kleren na te spelen, een verhaal te vertellen en hierbij die bewegingen te maken die in het verhaal passen. Kinderen leren veel door interactie met leeftijdsgenoten: van het zien kan je leren en gedrag imiteren door te zingen, te stampen, geluiden van dieren na te doen, elkaar geen pijn te doen. Het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt de kinderen een leefomgeving voor het opdoen van sociale competenties en zich zo te ontwikkelen tot evenwichtige personen. B.v. door het verschil tussen ‘mij en de ander te leren kennen. De pedagogisch medewerksters begeleiden/coachen op een niet dwingende wijze, meer van  ‘kom, dat gaan we samen doen’. Het sociaal gedrag wordt o.a. geoefend door groepsspelletjes, op je beurt wachten.

4. Normen & waarden

Het bieden van de kans om waarden en normen eigen te maken

Ons kindercentrum hecht waarde aan bepaalde normen en waarden. Zo vinden we het belangrijk dat we onze christelijke identiteit uitdragen. Wij willen dat er voor iedereen tijd genomen wordt. De normen ‘samen delen’ en ‘samen spelen’ achten wij eveneens van groot belang. Verder willen we de kinderen meegeven dat iedereen er mag zijn. Elk kind (mens) is anders met zijn uiterlijkheden en zijn karakter, maar we zijn allemaal mens! Wij laten iedereen in zijn eigen waarde. We leren de kinderen dat wij niet alleen zijn in de groep en in deze wereld. We houden rekening met elkaar en met elkaars gevoelens. We hebben elkaar nodig om iets te bereiken. Ook leren we de kinderen verantwoordelijkheid te dragen. Kinderen hangen, waar mogelijk, zelf hun jas op, zorgen ervoor dat de groep is opgeruimd en helpen soms met het schoonmaken. Deze normen en waarde zijn ook geïntegreerd in Kaleidoscoop. Door kinderen het gevoel te geven dat ze zelf actief kunnen nadenken over wat ze willen doen (keuzes laten maken) leren wij hen dat we ze respecteren. Natuurlijk geven wij zelf het goede voorbeeld. De leidsters zijn zich er terdege van bewust hoe groot hun invloed is als voorbeeld voor de kinderen. Hoewel wij de mening van kinderen respecteren moeten kinderen wel leren dat er grenzen zijn. Wij zien er op toe dat een ander geen pijn wordt gedaan, niet fysiek, maar ook niet psychisch. Lichamelijk geweld wordt niet getolereerd. Ook geestelijk geweld als pesten of ander verbaal geweld wordt niet geaccepteerd.